zondag 13 februari 2011

Facebook - fase 3 - De hoop

Na de droom en de teleurstelling nam ik kennis van de Facebook inspiratiegids voor bibliotheken. Rob wees me erop naar aanleiding van de hulproep die ik vorige week op dit blog plaatste.
De gids (opnieuw een goede handleiding van onze zuiderburen) doet meer dan alleen maar inspireren. De eerste twintig pagina's leggen vooral uit hoe je aan de slag kunt gaan met Facebook en welke keuzemogelijkheden je hebt, zonder trouwens op technische aspecten in te gaan. De gids is vooral gericht op de praktijk.
Tijdens het lezen werd me al snel duidelijk dat wat ik graag wilde onmogelijk is. Om dat uit te leggen is het goed te weten dat je de bij Facebook de keuze hebt uit:

     1 het profiel
     2 de groep
     3 de pagina

Het profiel wordt vooral gebruikt door de individuele gebruiker als privépersoon, terwijl een pagina meestal wordt gebruikt door bedrijven en instellingen, waaronder archieven en bibliotheken. De groep kan door een groep individuele gebruikers worden aangemaakt, maar ook door bedrijven en instellingen voor bv. een speciaal project. Ik gebruik hier de woorden 'vooral' en 'meestal' omdat de scheidslijnen beslist niet scherp zijn. Met een keuze voor één van de drie bepaal je wél meteen welke mogelijkheden, c.q. beperkingen je hebt wat betreft presentatie en interactie met andere Facebookers.
Niet minder belangrijk is het gegeven dat een profiel 'vrienden' kent, een groep 'leden' en een 'pagina' fans. Fan wordt je als je hebt aangegeven dat je een pagina 'leuk vindt'. Een Facebookpagina wordt daarom ook wel fanpagina genoemd.

Een profiel is niet geschikt voor een instelling als Tresoar, zoals uit het volgende citaat uit de gids valt op te maken: "Het grootste nadeel van het gebruik van een profiel voor een bibliotheek is het feit dat anderen slechts de berichten op je profiel kunnen zien door 'vriend' te worden. Dat vraagt telkens een actieve bevestiging van jouw kant uit, waardoor er steeds enige vertraging zit tussen de aanvraag en het zichtbaar worden van de profielpagina. Bovendien krijg je met het profiel van de bibliotheek dan ook standaard toegang tot het profiel van de andere gebruiker, waardoor je alle berichten en activiteiten van je leden kan bekijken. Dit kan gebruikers eventueel afremmen om 'vriend' te worden van de bib."
Een groep heeft óók nadelen: "Wanneer je bij een pagina een statusbericht op het prikbord post, dan wordt dat tevens zichtbaar in de nieuwsfeed van alle fans. Bij groepen is dat niet het geval, enkel indien diegene die een bericht post jouw vriend is, zal je het bericht in je nieuwsfeed zien verschijnen." Een ander nadeel is dat je op een groep geen links kunt plaatsen naar andere web 2.0 tools, zoals Flickr en Twitter.
Pagina's hebben voor instellingen het voordeel dat ze open staan voor iedereen, ook voor wie geen Facebook-account heeft en ze worden dan ook altijd getoond in de zoekresultaten van Google. Op pagina's kun je bovendien de statistiekenmodule activeren en zo het gebruik van je pagina door je fans volgen, wat bij een profiel en groep niet mogelijk is. Maar wat een pagina níet kan is actief nieuwe fans werven. Voor een pagina kunnen zich fans aanmelden door op de 'vind ik leuk'-knop te klikken, maar als beheerder van de pagina kun je zelf geen mogelijke fans aanschrijven, mailen of op wat voor manier attenderen op het bestaan van je pagina, in ieder geval niet via Facebook.
Dit is het punt geweest waar ik steeds tegen aanliep. Ik wilde iets wat binnen Facebook niet mogelijk is. En ik snap nu waarom. Het idee achter de fan-pagina is dat van de zgn. virale marketing, d.w.z. de paar fans die je in het begin hebt zullen door digitale mond-op-mond-reclame snel uitgroeien tot ........... soms een immense fanclub. Immers, wanneer iemand fan wordt van een pagina verschijnt dat in het nieuwsoverzicht van zijn vrienden. Die worden zo ook uitgenodigd om jouw pagina te bekijken en die kunnen op hun beurt ook fan worden. Sommige bedrijven schijnen er graag en met succes gebruik van te maken.

Wat heb ik nu van dit alles geleerd? In ieder geval besef ik nu dat ik Facebook schromelijk heb onderschat. Ik heb steeds gedacht van 'dat doe ik wel even'. Maar nee dus, in de gids word je ook al gewaarschuwd: "Wie nog geen ervaring heeft met Facebook, raden we best aan om dit sociale netwerk eerst een paar weken te verkennen, en de eigenschappen en manier van werken als gewone gebruiker te ervaren."
Even verder wordt de lezer aangeraden om een nieuwe pagina eerst onzichtbaar te maken en pas nadat alle benodigde info en afbeeldingen erop staan openbaar te maken. Ik neem dit advies graag ter harte.

Is het tot nu toe dan allemaal voor niets geweest? Nee, want de website heeft, met dank aan Inge, inmiddels wel een Engelstalige versie.

Wordt hopelijk vervolgd, maar voorlopig even niet

vrijdag 11 februari 2011

Facebook - fase 2 - De teleurstelling

In mijn vorige blogbericht schreef ik over mijn droom over het in de VS aan de man brengen van een Tresoarwebsite over brieven van Friese emigranten, en over de cruciale rol die ik Facebook hierbij had toebedacht. In een poging om die droom te verwezenlijken begon ik mijn ooit aangemaakte account voor dit medium opnieuw leven in te blazen.


Ik had destijds zeer weinig gegevens ingevoerd en er sindsdien ook niets meer aan toegevoegd. Digitale vrienden heb ik (daardoor) ook niet gemaakt.
Ondanks mijn lange afwezigheid verloopt het inloggen zonder problemen en kom ik op deze pagina. Die is echter niet geschikt voor de website die ik wil promoten. Als ik vanaf dat account andere instellingen uit wil nodigen om vriend te worden dan gebeurt dat op mijn eigen naam en dat is niet de bedoeling. Een ander nadeel is dat je als privépersoon een erg beperkt profiel kunt maken. Daarom heb ik een nieuw account aangemaakt, vervolgens op nieuwe pagina geklikt en bij Merk of product gekozen voor Website. Daar gaat het immers om. Ook dat lukt en als titel geef ik de pagina Letters of Dutch immigrants, maar .... nu is het niet mogelijk om te zoeken op verwante instellingen die ik graag wil aanschrijven. Lukt het me als privégebruiker wél om een instelling als het Immigration History Research Center (University of Minnesota) te benaderen, als website of instelling, want dat laatste heb ik daarna ook nog geprobeerd, lukt dat niet.
Vervolgens toch maar weer mijn privé-account opgeroepen om mijn naam te wijzigen. Dat kan namelijk. Bij voornaam vul ik 'Letters' in en bij achternaam 'of Dutch immigrants'. Maar na bevestiging van mijn kant krijg ik meteen de melding Je verzoek om je naam te wijzigen is afgewezen door ons geautomatiseerde goedkeuringssysteem. Mark Z. laat zich niet om de tuin leiden. Ik heb er nu even schoon genoeg van en kom tot de conclusie: 'Facebook connects people but no institutions'. Ik kan het niet geloven en vraag Google wat die ervan vindt. De zoekopdracht "Facebook connects people" levert een slordige 47.000 hits op. Als ik het woord people vervang door institutions krijg ik de melding Geen resultaten gevonden voor "Facebook connects institutions". Het is dus echt zo. Wat een teleurstelling.

Met dank aan Inge, die me meerdere uren heeft geholpen bij de poging om die ene droom te verwezenlijken.
Ik weet inmiddels meer, maar daarover later.

Wordt vervolgd

donderdag 10 februari 2011

Facebook - fase 1 - De droom

Vorig jaar rond deze tijd was ik druk in de weer met het onderwerp emigratie van Friezen naar de VS in de negentiende en twintigste eeuw. Twee dingen vielen samen. Ten eerste was ik gevraagd om begin februari een lezing over dit onderwerp te houden en ten tweede werd tijdens die presentatie een website rond dit thema gelanceerd.
Die website kent een bijzondere geschiedenis. Die begon met een envelop met kopieën van brieven die Tresoar een paar jaar geleden kreeg toegestuurd. Het ging om brieven die door Friezen aan hun geëmigreerde familieleden en vrienden in Amerika waren gestuurd. Dat feit alleen al was en is bijzonder. Immers, Tresoar bewaart tientallen brieven van Friese emigranten, maar daarbij gaat het eigenlijk altijd om brieven die vanuit vooral de VS zijn gestuurd naar de achtergebleven familie en vrienden in Friesland. Maar bij deze kopieën ging het om brieven, waarvan de originelen aan de andere kant van de oceaan worden bewaard. Hoe kwamen we daaraan, zult u zich afvragen. Nu, ze waren aan Tresoar toegestuurd door Nel Prins-Serier uit Emmen. Nel heeft familie en vrienden in Noord-Amerika wonen. Een vriendin daar, Mary Risseeuw, was bezig met een project voor een boek en een conferentie over de taalinvloed van het Nederlands op het Amerikaans, waarvoor ze Nederlandstalige brieven van achterblijvers verzamelde. Beiden hadden elkaar leren kennen nadat Nel brieven van Zeeuwse emigranten naar Amerika had vertaald voor de mensen in Oostburg (Wisconsin) die vrijwel allemaal Nederlandse voorouders hebben. Mary was al jaren op zoek geweest naar deze brieven van o.a. haar voorouders waarin ook over familie van Nel werd gesproken. Velen stuurden Mary kopieën toe omdat beloofd was dat de ingezamelde brieven vertaald zouden worden (hoofdzakelijk door Nel) in het Amerikaans-Engels. Deze brieven kwamen uit bijna alle Nederlandse provincies. Tientallen brieven spelde ze woord voor woord en een veelvoud van uren ging ermee heen om ze te vertalen. Tussen de brieven trof ze ook brieven aan die vanuit Friesland waren verstuurd. Van die brieven trof ik later dus kopieën op mijn bureau aan. Ik nam contact met haar op, we maakten een afspraak en zo ontstond er een nieuw project, voor Nel en voor Tresoar. Tresoar zorgde voor fotokopieën en scans van de brieven die bij Tresoar worden bewaard, Nel (met hulp van Neal Buteyn uit het reeds genoemde Oostburg) voor de vertalingen en Tresoar vervolgens voor publicatie van de scans en vertalingen op een speciale Tresoarpagina.


Dat was de website zoals ik die vorig jaar presenteerde. Dat was al heel mooi, maar er ontbrak iets. Er waren dan wel Engelse vertalingen, maar de inleidende tekst en het zoekscherm waren Nederlandstalig. De website hinkte dan ook op twee gedachten. De vertalingen waren toch vooral bedoeld voor de Amerikaanse lezer. De brieven geven immers ooggetuigenverslagen van het dagelijkse leven in de Verenigde Staten rond 1900 en in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Andere werkzaamheden weerhielden me er toen van om de website verder te verEngelsen en in Amerika 'uit te zetten'. Ik had al eens van Facebook gehoord. Ondanks de kritische kanttekeningen die erbij worden geplaatst, waarover ik ook eerder schreef, droomde ik een droom dat dit het meest geschikte medium zou zijn om de website in Amerika aan de man te brengen.
En toen was vorige week ding 19 aan de beurt, de sociale netwerken met o.a. Facebook. Zou de droom verwerkelijkt kunnen worden?

Met dank aan Nel

Wordt vervolgd

woensdag 9 februari 2011

Pingen

Sinds gisteren weet ik dat 'pingen' hoort bij de Blackberry. Het staat voor msn-en met je Blackberry-mobiel, en niet onbelangrijk, het is gratis. Met de iPhone kan het ook, met het programmaatje What's App.
Gisteren stond er een mooi artikel in de Volkskrant, op basis van een interview met drie ervaringsdeskundigen, drie meisjes van 15 en 16 jaar. Het artikel begint als volgt: "Soms wil Lizel eigenlijk het liefst slapen. Sterker nog: soms is ze al half weggedommeld. Maar als het rode ledlampje van haar Blackberry oplicht in het donker van haar slaapkamer, met bijbehorend trilgeluid, dan móet ze toch echt even kijken. Wie is het, die haar nog zo laat een pingbericht stuurt? Waar gaat het over? Lizel: 'Het kan zijn dat iemand zijn verhaal nog even kwijt wil voor het slapen gaan.'"
Het hele artikel bevat soortgelijke uitspraken over de invloed van het RIM-apparaatje op het leven van deze pubers. Zoals deze van Lois: 'Het vermindert je huiswerk. Zo gauw dat lampje weer brandt, wil ik weten: wie is het? Wat zegt-ie? Wat mis ik? Dan kan ik me niet langer concentreren. Of ik stel uit waar ik mee bezig ben, zo van: nog heeeeel even pingen.'
Je zou kunnen zeggen, dat geldt toch allemaal ook voor bv. sms-en. Ja, maar het grote verschil is dat pingen gratis is en dat er daardoor veel meer berichten worden verstuurd en dus binnen komen.
Op school is het vaak verboden om de bb te gebruiken, bij sommige docenten wordt het apparaatje ingenomen bij overtreding van die regel. Maar Lizel weet 'm ongemerkt toch te gebruiken: 'Ik kan blind typen onder de tafel. Dat ziet niemand.'



Geïnteresseerd in het hele artikel en geen (digitaal) abonnement op de Volkskrant of de krant kwijt? Geen nood, kom dan naar Tresoar. Op de studiezaal kunnen op computers in de tijdschriftenhoek via Press Display de Volkskrant en honderden andere Nederlandse en buitenlandse kranten integraal worden gelezen en doorzocht, tot drie maanden terug.

maandag 7 februari 2011

Heen en weer geslingerd

Vanochtend heb ik me aangemeld bij bibliotheek 2.0, een kennisnetwerk voor kenniswerkers, zoals op de startpagina is te lezen. Het lijkt erop dat ik zelf steeds meer 2.0 word, terwijl ik tegelijkertijd toch ook geregeld twijfel aan het nut, de waarde en de kwaliteit van de enorme hoeveelheid informatie die op het wereldwijde web wordt gepubliceerd. Juist daarover gaat de tot nadenken stemmende bijdrage Waarom ik af en toe wat mopper over sociale media van Wim Keizer, één van de eerste berichten die ik op Bibliotheek 2.0 las.

Hij citeert daarin o.a. de schrijver Jonathan Franzen in een interview met Humo, dat ik graag re-citeer: “De laatste vijftien jaar zijn we zo overstelpt met allerlei nieuwe technologieën dat het verleidelijk is te denken dat de mens uit de oude wereld valt, zoals je van een klif valt, en dat hij, als hij daar beneden te pletter is geslagen, er compleet anders uitziet. Maar de mens kan tegen een stoot: mensen blijven mensen, ongeacht de technologische vooruitgang. Zoals wel vaker in de geschiedenis zal er een reactie op gang komen. Heel die technologische revolutie voelt niet langer aan als de radicaal bevredigende omwenteling die ons beloofd was, maar als een onplezierige, onbevredigende dwang en afleiding. Een deel van de bevolking is het vandaag al zat en roept: “Genoeg!” En als wij er intussen in slagen genoeg talenten aan te trekken die romans blijven schrijven, zal er zeker publiek zijn voor een ander soort ervaring – ‘het rustige alternatief’ noem ik het graag”, aldus Franzen. Hij voegt er aan toe dat de meeste serieuze lezers die hij kent boeken lezen, geen e-boeken. “Op zo’n leesschermpje kan je alles laten verschijnen, en zo stel je alles gelijk. Het lijkt wel de apotheose van het postmodernisme. Maar als alles gelijk is, is er niks dat er nog echt toe doet.”

Na het lezen van het betoog en de discussie dacht ik, blij dat ik ik lid ben van Bibliotheek 2.0, of ..... zal ik daardoor nog meer heen en weer geslingerd worden?

zondag 6 februari 2011

Hulproep

Het valt niet mee om goed zicht te krijgen op de mogelijkheden van Facebook. Volgens mij kan er meer dan dat ik tot nu toe heb gezien. Kan iemand mij voorbeelden geven van goede Facebookpagina's van culturele instellingen in binnen- en of buitenland?, goed in die zin dat interactie met gebruikers een grote rol speelt en ook echt werkt. 
Ik ben benieuwd.

Nog een keer Google Maps, nu Congo vanuit de lucht

Een paar weken geleden ben ik begonnen aan het boek Congo. Een geschiedenis van David van Reybrouck (Amsterdam 2010). Wat een allemachtig prachtig boek, in ieder geval de inleiding, verder ben ik nog niet. Vooral door die 23dingen cursus kom ik er maar niet aan toe om me echt op het boek te storten, het blijft bij sporadische leesmomenten. Maar is dat erg? Nee, niet echt, zo kan ik ook langer van het boek genieten.
Het boek begint met de beschrijving van dé levensader van het land, namelijk de 4700 kilometer lange Congo-rivier. Van Reybrouck beschrijft het heel mooi, over het slib dat de rivier meevoert naar en uitstort in de Atlantische Oceaan. De sporen zijn tot honderden zeemijlen uit de kust zichtbaar. Hieronder een beeldende beschrijving van dat proces:
"... al die partikeltjes aarde, al die afgeschuurde deeltjes klei en leem en zand drijven mee, stroomafwaarts, naar breder water. Soms hangen ze stil en glijden ze onmerkbaar verder, dan weer tuimelen ze in een dolle razernij die het daglicht vermengt met donkerte en schuim. Soms blijven ze haperen. Aan een rots. Aan een oever. Aan een roestig scheepswrak dat zwijgend naar de wolken brult en waaromheen een zandbank is gegroeid. Soms komen ze niets tegen, helemaal niets, behalve water, steeds maar ander water, eerst zoet, dan brak, ten slotte zout".
Ik vroeg me af, zou je dat op de satellietweergave in Google Maps ook terug kunnen zien? Ja dus. Hieronder het resultaat.





Belangstellend naar meer volg ik de rivier stroomopwaarts naar Matadi, naar Kinshasa en verder. Het valt me op dat je zelfs als vogel kunt constateren dat de rivier tussen de twee genoemde plaatsen door stroomversnellingen onbegaanbaar is. Je snapt nu ook dat de slaven die in vroeger eeuwen vanuit het Congolese binnenland over de rivier naar Kinshasa werden geboomd, waar ze aan handelaren werden verkocht, vervolgens nog driehonderd kilometer moesten lopen om bij de havenplaats te komen.
Kinshasa zelf is ook fascinerend vanuit de lucht. De hoofd- en miljoenenstad ligt aan de zuidelijke oever van de rivier. Het schijnt uniek te zijn dat een hoofdstad grenst aan een andere hoofdstad, namelijk Brazzaville van de Republiek Congo-Brazzaville, aan de andere kant van de rivier. Als je de satellietbeelden bekijkt vraag je je af, waar kunnen de Congolezen de rivier oversteken zonder natte voeten te krijgen? Maar hoe je ook zoekt, er is geen brug! De enige manier om aan de andere kant te komen is per boot.
Op het wereldwijde web las ik net dat er wordt gesproken en onderhandeld over een vier kilometer lange brug voor auto- en treinverkeer.

Zo, nu de computer afsluiten voor  ......... een leesmoment.