Deze vraag werd me in de
eerste weken van de cursus 23dingen enkele keren gesteld, altijd als ik voor de
zoveelste achtereenvolgende avond mijn laptop opende. Na een tijdje was het
thuisfront eraan gewend; soms hoorde ik met een half oor ‘23dingen zeker?’ Het
is waar, de cursus heeft veel (vrije) tijd gekost, maar ik heb dat zelf nooit
als een probleem ervaren. De ontdekkingstocht over en op het wereldwijde web
was fascinerend en vaak ook inspirerend. Ik heb Delicious ontdekt en Google
Documenten, ik heb Archief 2.0 herontdekt, heb veel plezier beleefd aan het
lezen van interne en externe blogs en even veel aan het schrijven van mijn
eigen berichten.
Deze terugblik wil ik met
enkele overpeinzingen afsluiten.
Hoe 2.0 ben ik nu zelf?
Dat is een lastig te
beantwoorden vraag. De mogelijkheden kennen is nog wat anders dan ze zien en
weten te benutten. Een andere insteek: zou ik het Manifest
voor de Archivaris 2.0 ondertekenen als me dat zou worden gevraagd? Met de
meeste punten kan ik wel instemmen, maar van punt 7 (Ik geniet van de opwinding
en het plezier van positieve verandering en draag dit uit naar collega's en
gebruikers), nee dat heb ik nou niet, ik krijg zelfs een beetje de kriebels van
zo’n formulering. Het staat er niet, maar soms lijkt het erop dat de nieuwe
mogelijkheden meer doel dan middel zijn. Voor mij is het alleen dat laatste.
Vergelijk het maar met een auto. Ik geniet meer van het bereiken van de plaats
van bestemming dan van het rijden met of poetsen van de auto.
De inbreng van gebruikers
Het is al enkele keren aan
de orde geweest. De user-generated content is niet altijd wat we hopen dat het
is. Tags, samenvattingen, reviews hebben te vaak geen enkele toegevoegde waarde
voor de toegankelijkheid van een object en zorgen daarmee voor een behoorlijke
vervuiling. Ik heb veel bezoekers van Tresoar hoog en heb respect voor hun
onderzoeksresultaten. Soms weten we hen te binden en de resultaten via onze
eigen website aan te bieden. Maar van de content die vooral bij
bibliotheekcatalogi en een fotosite als Flickr wordt toegevoegd heb ik niet
zo’n hoge pet op. En, vraag ik me dan af, zijn de mensen die het meest te
vertellen hebben het minst 2.0 …….?
De virtuele studiezaal
Tresoar denkt nu na over
het aanpassen van de website en het vernieuwen van de virtuele studiezaal. Het
is een mooie gelegenheid om de sociale media een prominentere plaats daarop te
geven. Toch ook hier de opmerking dat die media niet meer zijn dan een middel.
Het gaat toch om de inhoud, in de eerste plaats om die we zelf aanbieden. En het laatste decennium is gebleken dat die inhoud
redelijk onstabiel kan zijn. Tot de internetrevolutie hadden we vele honderden
abonnementen op tijdschriften, uiteraard alleen papieren tijdschriften. Als er
abonnementen werden opgezegd dan bleven de oude jaargangen veelal in het
magazijn staan en bleven zo ook beschikbaar voor de onderzoeker.
Met digitale abonnementen
liggen de zaken anders. Een paar voorbeelden. Een aantal jaren
geleden boden we het Friesch Dagblad op onze eigen website via de Regionale Krantenbank
aan. Met het ter ziele gaan van de Regionale Krantenbank en de lancering van de
website www.dekrantvantoen.nl viel
het Friesch Dagblad, ik begrijp om financiële redenen, buiten de boot.
Belangstellenden moeten nu dus weer de papieren exemplaren door. Ingewikkelder
ligt het met de landelijke kranten. Die hebben we al enkele jaren in ons
digitale Aquabrowser-pakket. Maar wat we nu precies aanbieden van bv. de
Volkskrant is niet duidelijk. Bepaalde artikelen worden wel getoond, andere
niet. Via PressDisplay wordt wel weer de gehele krant getoond, maar dan alleen
van de afgelopen drie maanden. Andere bestanden die we eerst aanboden zoals bv.
de Consumentengids hebben we al lang niet meer in ons pakket.
Dat ik van Tresoarklanten
hierover nog geen klachten heb gehoord heeft neffens my vooral te maken met het
feit dat de digitale bestanden onbekend zijn bij het publiek en dat het ons tot
nu toe nog maar niet is gelukt om die aan de man te brengen. En juist daarbij - en dan zijn we weer terug bij het begin - kunnen de
sociale media hopelijk een belangrijke rol spelen.
De 23dingen-cursus heeft
het zicht op de mogelijkheden van het web een stuk verbreed. Dat is mooi, maar
de cursus heeft ook duidelijk gemaakt hoeveel we niet weten. Ergens las
ik dat er zo’n 500 tot 600 webtools bestaan; dat was in 2008! We hebben dus
niet meer dan eerste stapjes gezet op het pad dat web 2.0 heet. Maar ik vind
het mooi dat ik wat dat betreft heb leren lopen en hoop verschillende van de geleerde
mogelijkheden in praktijk te kunnen brengen, want de dertiende (!) regel
van het Manifest onderschrijf ik wél: ‘Ik ben bereid om naar
plaatsen te gaan waar gebruikers zijn, zowel online als fysiek, om mijn beroep
uit te oefenen.’
23 Dingen was voor mij ….
vooral een stimulans om na te denken over waarom we de dingen doen zoals we ze
doen.
dinsdag 15 maart 2011
woensdag 2 maart 2011
Fanny, van wie is zij er één? Deel 3
We vervolgen onze reis langs bronnen voor onderzoek naar het voor- en nageslacht van honden. Mijn vorige blogbericht sloot ik af met aandacht voor de moeder aller hondengenealogische bronnen, het Nederlands Honden Stamboek. Het NHSB wordt, zoals ik al vermelde, bijgehouden door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, kortweg de Raad van Beheer genoemd.
Aan het NHSB ligt een hele administratie ten grondslag, die bestaat uit de verschillende series documenten. De vier belangrijkste zet ik hierbij op een rij.
- Het dekaangifteformulier
Hierop staan o.a. de namen van de teef en de reu vermeld met beider stamboeknummers én de dekkingsdatum. Dit formulier dient binnen drie weken na dekking bij de Raad van Beheer te zijn.
- Het geboorteformulier
Hierin dienen de namen, het geslacht, de geboortedatum en het aantal pups te worden ingevuld. De fokker dient ervoor te zorgen dat het formulier binnen tien dagen na de geboorte door de Raad van Beheer is ontvangen.
- De overlijdensaangifte
Een korte schriftelijke melding via email of per brief aan de Raad van Beheer, waarbij het NHSB nummer, de stamboomnaam en de overlijdensdatum van de hond worden vermeld.
De in deze bronnen geïnteresseerde onderzoeker doet er goed aan eerst met de Raad van Beheer contact op te nemen om te informeren naar de openbaarheid van de verschillende documenten en om een eventuele afspraak te maken.
De oplettende lezer zal zich wellicht hebben afgevraagd hoe het zit met huwelijksinschrijvingen van hondenparen. Nu mag het als bekend worden verondersteld dat de huwelijkse staat tussen honden maar zelden wordt bevestigd. De kans om hier gegevens over te vinden is dan ook zeer gering, zelfs bij rashonden. Maar zoals altijd bevestigen uitzonderingen de regel, ook hier. Zo las ik op de website www.trouwshop.nl over een huwelijk tussen de Yorkshire Jazzy en de Jack Russel Gaga. Bruid en bruidegom hadden elkaar leren kennen in het café Den Aker in het Belgische Ekeren. Vorig jaar gaven ze elkaar op het plaatselijke kasteel Veltwijck de 'ja'-woef.
De hieronder afgebeelde honden zijn overigens niet Gaga en Jazzy, maar de vijfjarige bruid Bruna en de drie jaar jongere bruidegom Lui, die in Rio de Janeiro op hun trouwdag werden gefotografeerd!
Grafstenen en -teksten
Andere registers die op het overlijden van honden betrekking hebben
Er zijn inmiddels zoveel bronnen de revue gepasseerd dat de behoefte ontstaat aan nieuwe vormen van toegankelijkheid. In de eerste plaats denk ik daarbij aan een overkoepelende toegang tot al die bronnen. Ik doe hierbij alvast enkele suggesties voor een naam van de nieuwe website: www.honlias.nl of www.wiewaswoef.nl. Andere suggesties zijn welkom.
Ten tweede zou neffens my, in navolging van de webgids van Eric Hennekam voor de onderzoeker van tweevoeterfamilies, een Internetgids voor hondengenealogisch onderzoek zeer welkom zijn.
Aan het NHSB ligt een hele administratie ten grondslag, die bestaat uit de verschillende series documenten. De vier belangrijkste zet ik hierbij op een rij.
- Het dekaangifteformulier
Hierop staan o.a. de namen van de teef en de reu vermeld met beider stamboeknummers én de dekkingsdatum. Dit formulier dient binnen drie weken na dekking bij de Raad van Beheer te zijn.
- Het geboorteformulier
Hierin dienen de namen, het geslacht, de geboortedatum en het aantal pups te worden ingevuld. De fokker dient ervoor te zorgen dat het formulier binnen tien dagen na de geboorte door de Raad van Beheer is ontvangen.
- De overlijdensaangifte
Een korte schriftelijke melding via email of per brief aan de Raad van Beheer, waarbij het NHSB nummer, de stamboomnaam en de overlijdensdatum van de hond worden vermeld.
- Het rashondenlogboek
Eigenaren van een rashond kunnen bij de Raad van Beheer een rashondenlogboek bestellen. Voor deelname aan bepaalde officiële kynologische activiteiten is dit logboek verplicht. Er kunnen gegevens in worden vastgelegd op het gebied van eigendomsoverdracht, inentingen, tentoonstellingsuitslagen, kampioenschapsprijzen en titels, andere behaalde diploma’s en fokkerij aantekeningen (dekpartners, nestgegevens).
Eigenaren van een rashond kunnen bij de Raad van Beheer een rashondenlogboek bestellen. Voor deelname aan bepaalde officiële kynologische activiteiten is dit logboek verplicht. Er kunnen gegevens in worden vastgelegd op het gebied van eigendomsoverdracht, inentingen, tentoonstellingsuitslagen, kampioenschapsprijzen en titels, andere behaalde diploma’s en fokkerij aantekeningen (dekpartners, nestgegevens).
De in deze bronnen geïnteresseerde onderzoeker doet er goed aan eerst met de Raad van Beheer contact op te nemen om te informeren naar de openbaarheid van de verschillende documenten en om een eventuele afspraak te maken.
De oplettende lezer zal zich wellicht hebben afgevraagd hoe het zit met huwelijksinschrijvingen van hondenparen. Nu mag het als bekend worden verondersteld dat de huwelijkse staat tussen honden maar zelden wordt bevestigd. De kans om hier gegevens over te vinden is dan ook zeer gering, zelfs bij rashonden. Maar zoals altijd bevestigen uitzonderingen de regel, ook hier. Zo las ik op de website www.trouwshop.nl over een huwelijk tussen de Yorkshire Jazzy en de Jack Russel Gaga. Bruid en bruidegom hadden elkaar leren kennen in het café Den Aker in het Belgische Ekeren. Vorig jaar gaven ze elkaar op het plaatselijke kasteel Veltwijck de 'ja'-woef.
De hieronder afgebeelde honden zijn overigens niet Gaga en Jazzy, maar de vijfjarige bruid Bruna en de drie jaar jongere bruidegom Lui, die in Rio de Janeiro op hun trouwdag werden gefotografeerd!
Bron: www.sodahead.com
Grafstenen en -teksten
Ook honden hebben niet het eeuwige leven. Nu
wil de baas van een hond, die het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld, nogal eens eigenmachtig optreden door het
hondenlijk in de eigen tuin of op een zelf gekozen plek in de vrije natuur ter
aarde te bestellen. Voor de hondengenealoog is dat jammer want in dat geval worden er meestal geen duidelijke sporen in
archivalia of op de graven nagelaten. Honden kunnen echter ook worden
gecremeerd of worden begraven op een officiële begraafplaats voor honden of
huisdieren. Dat was vroeger trouwens ook al zo, getuige de onderstaande foto
van de begrafenis een hond in Duitsland rond 1900.

Bron: www.petcem.com
De teksten op grafstenen op een
hondenbegraafplaats zijn een belangrijke genealogische bron. De grootste
begraafplaats ter wereld van (vooral) honden is de Hartsdale Canine Cemetery aan de North Central Park Avenue in de New
Yorkse wijk Hartsdale. Er zijn sinds 1896 totaal rond de 70.000 honden en katten en andere huisdieren begraven. In Nederland kennen we geen begraafplaatsen van een
dergelijke omvang, maar kleinere wel, o.a. die in het Zuid-Hollandse
Zevenhoven. Ook op particuliere terreinen of in parken zijn soms kleine
grafvelden ingericht, zoals bv. op Landgoed Clingendael.
Net als op begraafplaatsen voor tweevoeters
wordt ook in Zevenhoven zorg op maat aangeboden. Dat betekent dat het mogelijk
is om als iemand meerdere huisdieren heeft een familiegraf te nemen.
"Het is emotioneel prettig om uw dieren bij elkaar te hebben", aldus
de website. Voor een graf kan worden gekozen voor een zgn. Groen Geregeld
arrangement, een soort van onderhoudscontract, zodat het graf er altijd tot in
de puntjes verzorgd blijft uitzien. Dat houdt o.a. in dat de steen regelmatig
wordt opgewreven. Voor de toekomstige hondengenealoog zijn dit uiteraard ideale arrangementen.
Het vinden van hondengraven valt niet altijd mee. Een aparte website zou uitkomst kunnen bieden. Er is wat dat betreft nog heel wat werk te doen: het fotograferen van alle graven en het invoeren van de gegevens in een database. Maar als dat eenmaal gedaan is dan zou dat kunnen leiden tot een mooie nieuwe website: www.waftombe.nl.
Op het Internet kunnen op verschillende plaatsen herinneringen aan en foto's van overleden honden worden geplaatst. Hyves heeft daarvoor een aparte pagina. Het digitale condoleanceregister bevat hartverscheurende teksten betreffende het
definitieve afscheid van de trouwe viervoeter. Soms gaat het vergezeld van een
foto met tekst, waarop, en dat is belangrijk voor de genealoog, soms de geboorte- en/of overlijdensdatum staat/staan.
Bron: hyves
Er zijn inmiddels zoveel bronnen de revue gepasseerd dat de behoefte ontstaat aan nieuwe vormen van toegankelijkheid. In de eerste plaats denk ik daarbij aan een overkoepelende toegang tot al die bronnen. Ik doe hierbij alvast enkele suggesties voor een naam van de nieuwe website: www.honlias.nl of www.wiewaswoef.nl. Andere suggesties zijn welkom.
Ten tweede zou neffens my, in navolging van de webgids van Eric Hennekam voor de onderzoeker van tweevoeterfamilies, een Internetgids voor hondengenealogisch onderzoek zeer welkom zijn.
Wordt vervolgd
dinsdag 1 maart 2011
2.0
Bij Archief 2.0 en Bibliotheek 2.0 dacht ik tot vandaag
alleen aan de gelijknamige online communities. Van beide ben ik inmiddels lid,
van de eerste sinds 2009, van de tweede nog maar een paar weken. Ik ben geen
regelmatig bezoeker, integendeel zelfs. Eigenlijk alleen als ik het ten eigen
nutte denk te kunnen gebruiken meld ik me aan. Dat was bv. in 2009 het geval toen
we als Tresoar begonnen na te denken over digitalisering van de Friese bevolkingsregisters
en we benieuwd waren of er reeds voorbeelden van gedigitaliseerde en uitgebreid toegankelijk gemaakte bevolkingsregisters waren. Mijn vraag leverde
destijds enkele waardevolle reacties op.
Ding 22 nodigt me uit om opnieuw een kijkje te nemen. Al na een paar minuten snuffelen besef ik dat het goed is om dat óók regelmatig te gaan doen. Neem nu alleen al de discussie Dish2011: Wat willen wij als archieven? over de door
archivarissen gewenste onderwerpen en presentatiewijzen voor de DISH-conferentie
(Digital Strategies in Heritage) die in december dit jaar in Rotterdam plaats
zal vinden. De discussie is interessant om te lezen en uit de reacties die Petra Schoen op haar vraag heeft gekregen
blijkt hoe goed zo’n community werkt.
Sommige van die reacties leveren ook onverwachte informatie op, zoals dat het geval is bij één van Marco de Niet. Hij ging in op de afgelopen Digitaal Erfgoedconferentie, waar hij getuige was geweest van de workshop van Michael Epstein van Untravel
media. Hij (Epstein), en ik citeer nu verder uit Marco's reactie, 'presenteerde o.a. hun project 'Walking Cinema: Murder on Beacon
Hill' (zie www.untravelmedia.com/work/). Epstein bracht een inspirerend
verhaal hoe archiefmateriaal een cruciale rol speelde in het ontrafelen van een
19e-eeuwse misdaad in Boston en hoe dit is omgezet in een app voor een
stadswandeling. Het was geen presentatie voor archivarissen, maar wel een
presentatie over archiefmateriaal. Ik heb moeten constateren dat er weinig
archiefmedewerkers naar de workshop van Epstein waren gekomen. De meesten
hebben gekozen voor de workshop over e-depots die door BRAIN was georganiseerd .....' Het laatste, veelzeggende deel van het citaat overigens terzijde.
Ik moet naar aanleiding van de besproken workshop denken aan het net verschenen boekwerkje Het tubetje van Cath over een moord die in de dertiger jaren hier in Leeuwarden is gepleegd. Tresoar zou, als bewaarder van de processtukken betreffende deze zaak, iets dergelijks als in Boston (mee) kunnen ontwikkelen.
De 2.0 communities kende ik dus al, maar ik weet nu dat 2.0 ook voor een werkhouding staat. En
ja, vraag ik me dan af, hoe 2.0 ben ik zelf nu eigenlijk? Wat me wat dat betreft opvalt is dat bij de discussies op Archief 2.0
het vooral zuiderlingen zijn die reageren. Ik baseer
me hierbij trouwens op slechts twee discussies, die over het Manifest voor de archivaris 2.0 en de al genoemde over de DISH-conferentie. Op basis van deze beide zou je zelfs kunnen concluderen dat het een Brabantse en Zuid-Hollandse aangelegenheid is. Zijn ze in het zuiden zoveel meer 2.0 dan boven de grote rivieren? En zo ja, hoe kan dat dan? Of is de verklaring heel simpel: gewoon de invloed van supercoaches Rob en Luud?
Op mijn eigen 2.0-gevoel zal ik in mijn terugblik op 23dingen terugkomen.
maandag 28 februari 2011
Gebruik en misbruik WO2 in Tweede Kamer
Mijn blog wil ik eigenlijk niet gebruiken om berichten van anderen te rebloggen, om het zomaar te noemen. Maar uitzonderingen bevestigen ook hier de regel. Ik las het volgende bericht op de website van het NIOD:
"Wanneer, hoe vaak en in welk verband maken parlementsleden vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog? En welke lessen trekken zij uit de bezettingstijd? Het project Oorlog in het Parlement analyseert welke leden van de Tweede Kamer in de afgelopen 65 jaar verwezen naar de Tweede Wereldoorlog, in welke context zij dat deden en welke politieke standpunten zij hiermee onderstreepten of juist weerlegden. Met een systematische analyse hoopt Hinke Piersma nieuw inzicht te verschaffen in de doorwerking van de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse politieke arena."
Bron: www.joop.nl
Het volledige bericht is hier te lezen.
Ik ben benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek.
donderdag 24 februari 2011
De AquaBrowser
Het idee achter de AquaBrowser is mooi: met één zoekactie verschillende bestanden doorzoeken en tegelijkertijd suggesties krijgen voor vervolgonderzoek in de vorm van verwante trefwoorden.
Toch gebruik ik de AquaBrowser maar sporadisch, althans voor zover het de website van Tresoar betreft. Dat komt omdat er neffens my twee grote nadelen aan kleven. De grootste is die van de gebrekkige presentatie. Nu is het natuurlijk wel zo dat de ene website, die gebruik maakt van de Aquabrowser, de andere weer niet is. Tresoar maakt namelijk, naast de gewoonlijk door de AquaBrowser ontsloten titelbeschrijvingen van boeken en tijdschriften en andere bibliotheekbestanden, ook haar inventarisbeschrijvingen van archiefstukken op deze wijze toegankelijk. Als een belangrijk bestand is het mooi dat het via de AquaBrowser toegankelijk is, maar ...... de presentatie van de zoekresultaten laat veel te wensen over. Via deze toegang wordt bijna altijd teveel - veel te veel - gevonden en gepresenteerd. Dat is het zwakke. Het punt is dat elke inventarisbeschrijving niet, zoals bij titelbeschrijvingen van boeken, als een afzonderlijk record wordt gezien. Nee, meestal is de gehele inventaris met soms enkele duizenden beschrijvingen één record. Dat betekent dat je na een zoekopdracht ook de gehele inventaris op het scherm krijgt. Met <Ctrl F> kun je vervolgens bij de gewenste beschrijving(en) komen. Zoeken op één naam of één trefwoord is zo nog wel goed te doen. Bij een combinatie van trefwoorden helaas niet. Dan moet er toch worden uitgeweken naar www.archieven.nl.
Wat wel heel handig is is dat aan de rechterkant van het scherm alle bestanden, waarin de opgegeven zoekterm voorkomt, in een lijst worden weergegeven mét het aantal hits erachter. Vooral dat laatste kan waardevol zijn.
Om me wat te verdiepen in de AquaBrowser heb ik kennis genomen van de lange discussie over ideeën, mogelijkheden, nadelen van het fenomeen op http://bibliotheekutrechtdoet23dingen.blogspot.com. Daarnaast heb ik de catalogus op de website van de OBA uitgeprobeerd door verschillende zoekopdrachten uit te voeren.
Echt ondersteboven ben ik er niet van. Ten eerste valt het aantal geplaatste tags en vooral recensies me tegen. Bovendien is, zoals dat ook al is geconstateerd bij de sociale fotosites, de kwaliteit van de door de gebruiker toegekende tags niet om over naar huis te schrijven. Dat geldt ook voor de AquaBrowser van de OBA-catalogus.
Hieronder de tags die zijn geplaatst bij een uitgave van het Het Achterhuis: dagboekbrieven 12 juni 1942-1 augustus 1944 van Anne Frank:
'onderduiken', '2010', 'achterhuis', 'amsterdam', 'amsterdamse', 'anne', 'boekbespreking', 'boekenweek', 'dagboeken', 'frank', 'het', 'interessant', 'joden', 'leuk', 'puberteit', 'spannend', 'tamara', 'tweede wereldoorlog'
Een tag als bv. 'puberteit' levert een aantal boektitels op, uit welke titels je niet meteen kunt opmaken dat het over puberteit gaat. Het dagboek van Anne Frank is daar al een mooi voorbeeld van. Maar wat moet je met tags als 'interessant', 'leuk' en 'boekbespreking'. Of moeten we die maar gewoon op de koop toe nemen en profiteren van de tags, die wel waardevol zijn?
Recensies zijn bijna niet toegevoegd, tenminste niet bij de enkele tientallen titels betreffende de Tweede Wereldoorlog die ik op het beeldscherm voorbij heb zien komen. Eén heb ik er tot nu toe gevonden, namelijk bij dezelfde uitgave van het dagboek van Anne Frank.
Wat ik jammer vind is dat de recensies van gebruikers helemaal onderaan het scherm staan, nog na de beschikbaarheidsgegevens. Omdat het betreffende dagboek in bijna elke hoofdstedelijke bibliotheekvestiging in de collectie aanwezig is moet je een eind naar beneden scrollen om bij de recensie uit te komen. Als het goed is vertelt een recensie toch iets over de inhoud, geeft in ieder geval een mening over het boek, die voor de gebruiker mede bepalend kan zijn om het boek wel of niet te gaan lezen. Daarom zou de recensie beter bij de beschrijving, bv. onder de toegekende tags, geplaatst kunnen worden.
Toch gebruik ik de AquaBrowser maar sporadisch, althans voor zover het de website van Tresoar betreft. Dat komt omdat er neffens my twee grote nadelen aan kleven. De grootste is die van de gebrekkige presentatie. Nu is het natuurlijk wel zo dat de ene website, die gebruik maakt van de Aquabrowser, de andere weer niet is. Tresoar maakt namelijk, naast de gewoonlijk door de AquaBrowser ontsloten titelbeschrijvingen van boeken en tijdschriften en andere bibliotheekbestanden, ook haar inventarisbeschrijvingen van archiefstukken op deze wijze toegankelijk. Als een belangrijk bestand is het mooi dat het via de AquaBrowser toegankelijk is, maar ...... de presentatie van de zoekresultaten laat veel te wensen over. Via deze toegang wordt bijna altijd teveel - veel te veel - gevonden en gepresenteerd. Dat is het zwakke. Het punt is dat elke inventarisbeschrijving niet, zoals bij titelbeschrijvingen van boeken, als een afzonderlijk record wordt gezien. Nee, meestal is de gehele inventaris met soms enkele duizenden beschrijvingen één record. Dat betekent dat je na een zoekopdracht ook de gehele inventaris op het scherm krijgt. Met <Ctrl F> kun je vervolgens bij de gewenste beschrijving(en) komen. Zoeken op één naam of één trefwoord is zo nog wel goed te doen. Bij een combinatie van trefwoorden helaas niet. Dan moet er toch worden uitgeweken naar www.archieven.nl.
Wat wel heel handig is is dat aan de rechterkant van het scherm alle bestanden, waarin de opgegeven zoekterm voorkomt, in een lijst worden weergegeven mét het aantal hits erachter. Vooral dat laatste kan waardevol zijn.
Om me wat te verdiepen in de AquaBrowser heb ik kennis genomen van de lange discussie over ideeën, mogelijkheden, nadelen van het fenomeen op http://bibliotheekutrechtdoet23dingen.blogspot.com. Daarnaast heb ik de catalogus op de website van de OBA uitgeprobeerd door verschillende zoekopdrachten uit te voeren.
Echt ondersteboven ben ik er niet van. Ten eerste valt het aantal geplaatste tags en vooral recensies me tegen. Bovendien is, zoals dat ook al is geconstateerd bij de sociale fotosites, de kwaliteit van de door de gebruiker toegekende tags niet om over naar huis te schrijven. Dat geldt ook voor de AquaBrowser van de OBA-catalogus.
Hieronder de tags die zijn geplaatst bij een uitgave van het Het Achterhuis: dagboekbrieven 12 juni 1942-1 augustus 1944 van Anne Frank:
'onderduiken', '2010', 'achterhuis', 'amsterdam', 'amsterdamse', 'anne', 'boekbespreking', 'boekenweek', 'dagboeken', 'frank', 'het', 'interessant', 'joden', 'leuk', 'puberteit', 'spannend', 'tamara', 'tweede wereldoorlog'
Een tag als bv. 'puberteit' levert een aantal boektitels op, uit welke titels je niet meteen kunt opmaken dat het over puberteit gaat. Het dagboek van Anne Frank is daar al een mooi voorbeeld van. Maar wat moet je met tags als 'interessant', 'leuk' en 'boekbespreking'. Of moeten we die maar gewoon op de koop toe nemen en profiteren van de tags, die wel waardevol zijn?
Recensies zijn bijna niet toegevoegd, tenminste niet bij de enkele tientallen titels betreffende de Tweede Wereldoorlog die ik op het beeldscherm voorbij heb zien komen. Eén heb ik er tot nu toe gevonden, namelijk bij dezelfde uitgave van het dagboek van Anne Frank.
Wat ik jammer vind is dat de recensies van gebruikers helemaal onderaan het scherm staan, nog na de beschikbaarheidsgegevens. Omdat het betreffende dagboek in bijna elke hoofdstedelijke bibliotheekvestiging in de collectie aanwezig is moet je een eind naar beneden scrollen om bij de recensie uit te komen. Als het goed is vertelt een recensie toch iets over de inhoud, geeft in ieder geval een mening over het boek, die voor de gebruiker mede bepalend kan zijn om het boek wel of niet te gaan lezen. Daarom zou de recensie beter bij de beschrijving, bv. onder de toegekende tags, geplaatst kunnen worden.
woensdag 23 februari 2011
Fanny, van wie is zij er één? Deel 2
In het eerste deel van deze serie heb ik enkele algemene opmerkingen geplaatst rond het thema hondengenealogie. In dit tweede deel en de volgende nog te verschijnen delen wil ik de belangrijkste bronnen, die voor dit onderzoek in aanmerking komen, behandelen.
Begin met literatuuronderzoek, zo luidt één van de uitgangspunten voor historisch onderzoek. Voor het doen van onderzoek naar hondenfamilies is dat niet anders. De meest geëigende plek om dat te doen is de bibliotheek van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (kortweg de Raad van Beheer genoemd). Het kantoor met bibliotheek is te vinden aan de Emmalaan 16-18 te Amsterdam.
Zoals op de website is te lezen gaat het om 'een uitgebreide bibliotheek waarin een schat aan kynologische boekwerken verzameld zijn. Een waar paradijs voor iedere hondenliefhebber.' De catalogus staat online. Met name door de extra trefwoorden die aan de titels zijn toegekend komen heel wat werken tevoorschijn waarin stambomen zijn opgenomen. Een paar voorbeelden:
- Gravestein-Schmidt, E., 35 jaar Labradors in Nederland (z.pl., 1999)
Het zal de lezer niet bevreemden dat ook het internet wordt gebruikt voor het publiceren van hondengenealogische informatie. Enkele voorbeelden:
Op de overkoepelende website van kennelhouders kunnen tal van familierelaties van viervoeters worden uitgezocht, zoals bv. het voor- en de nageslacht van Hirohito.
Sommige fokkers hebben ook een eigen website zoals deze van Tervuerense herders.
De al genoemde Raad van Beheer gaat ook met de tijd mee. En dus worden de hondenstambomen van het Nederlands Honden Stamboek (NHSB), waarover hierna meer, online aangeboden. Tenminste, dat is de intentie. Wegens technische problemen zijn de stambomen op dit moment niet raadpleegbaar.
Op het wereldwijde web zijn op andere plaatsen wel NHSB-stambomen te bekijken, zoals bv. die van de Golden Retriever Kaya.
De Nederlandse rashondenpopulatie wordt door de Raad van Beheer vastgelegd in het genoemde Nederlands Honden Stamboek. Het eerste stamboek werd aangelegd in 1890. Hieronder een afbeelding van het eerste register.
De allereerste inschrijving in dat allereerste deel betrof Nelly, een pointer. Zij was geboren op 21 juli 1888. Naast Nelly worden ook haar ouders, grootouders en overgrootouders vermeld. In één keer vier generaties op een presenteerblaadje. Let op de namen. Vooral die van de beide grootvaders verdienen aandacht: Dante en Jack of Hessen.
Indien de voorouders ook in het stamboek voorkomen dan staan de stamboeknummers vermeld. Deze zijn uiteraard van belang om weer verder terug te komen. De afkortingen KCSB (Kennel Club Studbook) en KCR (Kennel Club England Register studbook) wijzen op Engelse komaf. Dat is nog iets voor in de toekomst, een gids voor hondengenealogisch onderzoek in het buitenland.
Wordt vervolgd
Begin met literatuuronderzoek, zo luidt één van de uitgangspunten voor historisch onderzoek. Voor het doen van onderzoek naar hondenfamilies is dat niet anders. De meest geëigende plek om dat te doen is de bibliotheek van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (kortweg de Raad van Beheer genoemd). Het kantoor met bibliotheek is te vinden aan de Emmalaan 16-18 te Amsterdam.
Bron: www.raadvanbeheer.nl
Zoals op de website is te lezen gaat het om 'een uitgebreide bibliotheek waarin een schat aan kynologische boekwerken verzameld zijn. Een waar paradijs voor iedere hondenliefhebber.' De catalogus staat online. Met name door de extra trefwoorden die aan de titels zijn toegekend komen heel wat werken tevoorschijn waarin stambomen zijn opgenomen. Een paar voorbeelden:
- Gravestein-Schmidt, E., 35 jaar Labradors in Nederland (z.pl., 1999)
- Cooper, H. St. John, Bulldogs and Bulldog men
(z.pl., 1908)
- Deutsches Doggen-Stammbuch (Band 7) van de Deutscher
Doggen-Club (z.pl., 1922)
- Mackenzie, M., Great
Danes. Past en present (z.pl., 1979)
Bij elke titel staat ook een korte beschrijving van de inhoud. Zo staat bij de laatste dat het om een herdruk van de originele versie uit 1912 gaat, waarin o.a de volgende
onderwerpen aan bod komen: geschiedenis, fokken, voeding en tentoonstellen, aangevuld met
stambomen van 52 honden.
Een bezoek aan de bibliotheek dient minimaal twee weken van tevoren te worden aangekondigd. Daarbij moeten ook de reden voor het bezoek en de titels van de gewenste te raadplegen boeken en /of tijdschriften worden opgegeven. Voor de openingstijden verwijs ik naar de betreffende webpagina.
Een bezoek aan de bibliotheek dient minimaal twee weken van tevoren te worden aangekondigd. Daarbij moeten ook de reden voor het bezoek en de titels van de gewenste te raadplegen boeken en /of tijdschriften worden opgegeven. Voor de openingstijden verwijs ik naar de betreffende webpagina.
Het zal de lezer niet bevreemden dat ook het internet wordt gebruikt voor het publiceren van hondengenealogische informatie. Enkele voorbeelden:
Op de overkoepelende website van kennelhouders kunnen tal van familierelaties van viervoeters worden uitgezocht, zoals bv. het voor- en de nageslacht van Hirohito.
Sommige fokkers hebben ook een eigen website zoals deze van Tervuerense herders.
De al genoemde Raad van Beheer gaat ook met de tijd mee. En dus worden de hondenstambomen van het Nederlands Honden Stamboek (NHSB), waarover hierna meer, online aangeboden. Tenminste, dat is de intentie. Wegens technische problemen zijn de stambomen op dit moment niet raadpleegbaar.
Op het wereldwijde web zijn op andere plaatsen wel NHSB-stambomen te bekijken, zoals bv. die van de Golden Retriever Kaya.
De Nederlandse rashondenpopulatie wordt door de Raad van Beheer vastgelegd in het genoemde Nederlands Honden Stamboek. Het eerste stamboek werd aangelegd in 1890. Hieronder een afbeelding van het eerste register.
Bron: www.raadvanbeheer.nl
De allereerste inschrijving in dat allereerste deel betrof Nelly, een pointer. Zij was geboren op 21 juli 1888. Naast Nelly worden ook haar ouders, grootouders en overgrootouders vermeld. In één keer vier generaties op een presenteerblaadje. Let op de namen. Vooral die van de beide grootvaders verdienen aandacht: Dante en Jack of Hessen.
Indien de voorouders ook in het stamboek voorkomen dan staan de stamboeknummers vermeld. Deze zijn uiteraard van belang om weer verder terug te komen. De afkortingen KCSB (Kennel Club Studbook) en KCR (Kennel Club England Register studbook) wijzen op Engelse komaf. Dat is nog iets voor in de toekomst, een gids voor hondengenealogisch onderzoek in het buitenland.
Wordt vervolgd
dinsdag 22 februari 2011
Genealogie 2.0
De grondbeginselen van het familieonderzoek heb ik me redelijk eigen gemaakt, maar daar is het ook wel mee gezegd. Als ik genealogisch onderzoek doe dan gebeurt dat meestal in het kader van een ander historisch onderzoek. Het is dus meer middel dan doel. Ik heb dan ook niet echt behoefte om mijn resultaten met anderen te delen. Daarvoor zijn de gegevens ook te fragmentarisch, hoewel ik besef dat ook fragmentarische gegevens voor anderen soms waardevol kunnen zijn. Zelf gebruik ik het Internet wel om aan de hand van gegevens die door anderen online zijn gezet te proberen hiaten in stambomen op te vullen. De artikelen en berichten van Rob van Drie, Bob Coret en anderen over dit onderwerp heb ik dan ook met interesse gelezen. Ik wist niet dat er zoveel genealogische sociale netwerksites bestaan.
Op zich spelen ook Facebook en andere sociale media wat dit betreft een rol. Tijdens één van mijn hondse wandelingen werd ik aangeschoten door een wandelaar die ook zijn hond uitliet en die me herkende als medewerker van Tresoar. We raakten aan de praat en hij vertelde hoe hij Facebook had gebruikt om contacten in Amerika te leggen. Het mooiste was dat hij verre Amerikaanse verwanten, die elkaar niet kenden, maar wél familie van elkaar waren, via Facebook tot beider genoegen met elkaar in contact had weten te brengen.
Op aanraden van Rob van Drie in zijn artikel Online familienetwerken. Een alternatief voor genealogische desktopprogramma's in het maandblad Genealogie van het Centraal Bureau voor Genealogie heb ik www.verwant.nl gekozen om uit te proberen.
Het eerste dat opvalt is een waarschuwingsbord. Daarachter gaat een tekst schuil, waaruit blijkt dat deze website per 1 februari jl. is overgenomen door www.myheritage.com. Dan daar maar even op gekeken, ook al wordt deze door Van Drie niet aangeprezen. Ik gebruik de site als zoek- en niet als vulmachine. Altijd heb ik nog de hoop dat ik Arthur Monsma, één van de vooroorlogse Friese TT-deelnemers, op het spoor zal komen. Arthur werd op 28 maart 1914 geboren in het Engelse Hull en bracht daar de eerste zeven jaren van zijn jeugd door. In 1921 vestigde het gezin Monsma zich in Leeuwarden. Arthur emigreerde op zijn beurt met zijn gezin in 1960 naar Australië en dat is meteen het laatste feit dat ik uit zijn leven ken. MyHeritage vertelt helaas (nog) geen verdere bijzonderheden.
Op zich spelen ook Facebook en andere sociale media wat dit betreft een rol. Tijdens één van mijn hondse wandelingen werd ik aangeschoten door een wandelaar die ook zijn hond uitliet en die me herkende als medewerker van Tresoar. We raakten aan de praat en hij vertelde hoe hij Facebook had gebruikt om contacten in Amerika te leggen. Het mooiste was dat hij verre Amerikaanse verwanten, die elkaar niet kenden, maar wél familie van elkaar waren, via Facebook tot beider genoegen met elkaar in contact had weten te brengen.
Op aanraden van Rob van Drie in zijn artikel Online familienetwerken. Een alternatief voor genealogische desktopprogramma's in het maandblad Genealogie van het Centraal Bureau voor Genealogie heb ik www.verwant.nl gekozen om uit te proberen.
Het eerste dat opvalt is een waarschuwingsbord. Daarachter gaat een tekst schuil, waaruit blijkt dat deze website per 1 februari jl. is overgenomen door www.myheritage.com. Dan daar maar even op gekeken, ook al wordt deze door Van Drie niet aangeprezen. Ik gebruik de site als zoek- en niet als vulmachine. Altijd heb ik nog de hoop dat ik Arthur Monsma, één van de vooroorlogse Friese TT-deelnemers, op het spoor zal komen. Arthur werd op 28 maart 1914 geboren in het Engelse Hull en bracht daar de eerste zeven jaren van zijn jeugd door. In 1921 vestigde het gezin Monsma zich in Leeuwarden. Arthur emigreerde op zijn beurt met zijn gezin in 1960 naar Australië en dat is meteen het laatste feit dat ik uit zijn leven ken. MyHeritage vertelt helaas (nog) geen verdere bijzonderheden.
Abonneren op:
Posts (Atom)





