donderdag 10 februari 2011

Facebook - fase 1 - De droom

Vorig jaar rond deze tijd was ik druk in de weer met het onderwerp emigratie van Friezen naar de VS in de negentiende en twintigste eeuw. Twee dingen vielen samen. Ten eerste was ik gevraagd om begin februari een lezing over dit onderwerp te houden en ten tweede werd tijdens die presentatie een website rond dit thema gelanceerd.
Die website kent een bijzondere geschiedenis. Die begon met een envelop met kopieën van brieven die Tresoar een paar jaar geleden kreeg toegestuurd. Het ging om brieven die door Friezen aan hun geëmigreerde familieleden en vrienden in Amerika waren gestuurd. Dat feit alleen al was en is bijzonder. Immers, Tresoar bewaart tientallen brieven van Friese emigranten, maar daarbij gaat het eigenlijk altijd om brieven die vanuit vooral de VS zijn gestuurd naar de achtergebleven familie en vrienden in Friesland. Maar bij deze kopieën ging het om brieven, waarvan de originelen aan de andere kant van de oceaan worden bewaard. Hoe kwamen we daaraan, zult u zich afvragen. Nu, ze waren aan Tresoar toegestuurd door Nel Prins-Serier uit Emmen. Nel heeft familie en vrienden in Noord-Amerika wonen. Een vriendin daar, Mary Risseeuw, was bezig met een project voor een boek en een conferentie over de taalinvloed van het Nederlands op het Amerikaans, waarvoor ze Nederlandstalige brieven van achterblijvers verzamelde. Beiden hadden elkaar leren kennen nadat Nel brieven van Zeeuwse emigranten naar Amerika had vertaald voor de mensen in Oostburg (Wisconsin) die vrijwel allemaal Nederlandse voorouders hebben. Mary was al jaren op zoek geweest naar deze brieven van o.a. haar voorouders waarin ook over familie van Nel werd gesproken. Velen stuurden Mary kopieën toe omdat beloofd was dat de ingezamelde brieven vertaald zouden worden (hoofdzakelijk door Nel) in het Amerikaans-Engels. Deze brieven kwamen uit bijna alle Nederlandse provincies. Tientallen brieven spelde ze woord voor woord en een veelvoud van uren ging ermee heen om ze te vertalen. Tussen de brieven trof ze ook brieven aan die vanuit Friesland waren verstuurd. Van die brieven trof ik later dus kopieën op mijn bureau aan. Ik nam contact met haar op, we maakten een afspraak en zo ontstond er een nieuw project, voor Nel en voor Tresoar. Tresoar zorgde voor fotokopieën en scans van de brieven die bij Tresoar worden bewaard, Nel (met hulp van Neal Buteyn uit het reeds genoemde Oostburg) voor de vertalingen en Tresoar vervolgens voor publicatie van de scans en vertalingen op een speciale Tresoarpagina.


Dat was de website zoals ik die vorig jaar presenteerde. Dat was al heel mooi, maar er ontbrak iets. Er waren dan wel Engelse vertalingen, maar de inleidende tekst en het zoekscherm waren Nederlandstalig. De website hinkte dan ook op twee gedachten. De vertalingen waren toch vooral bedoeld voor de Amerikaanse lezer. De brieven geven immers ooggetuigenverslagen van het dagelijkse leven in de Verenigde Staten rond 1900 en in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Andere werkzaamheden weerhielden me er toen van om de website verder te verEngelsen en in Amerika 'uit te zetten'. Ik had al eens van Facebook gehoord. Ondanks de kritische kanttekeningen die erbij worden geplaatst, waarover ik ook eerder schreef, droomde ik een droom dat dit het meest geschikte medium zou zijn om de website in Amerika aan de man te brengen.
En toen was vorige week ding 19 aan de beurt, de sociale netwerken met o.a. Facebook. Zou de droom verwerkelijkt kunnen worden?

Met dank aan Nel

Wordt vervolgd

woensdag 9 februari 2011

Pingen

Sinds gisteren weet ik dat 'pingen' hoort bij de Blackberry. Het staat voor msn-en met je Blackberry-mobiel, en niet onbelangrijk, het is gratis. Met de iPhone kan het ook, met het programmaatje What's App.
Gisteren stond er een mooi artikel in de Volkskrant, op basis van een interview met drie ervaringsdeskundigen, drie meisjes van 15 en 16 jaar. Het artikel begint als volgt: "Soms wil Lizel eigenlijk het liefst slapen. Sterker nog: soms is ze al half weggedommeld. Maar als het rode ledlampje van haar Blackberry oplicht in het donker van haar slaapkamer, met bijbehorend trilgeluid, dan móet ze toch echt even kijken. Wie is het, die haar nog zo laat een pingbericht stuurt? Waar gaat het over? Lizel: 'Het kan zijn dat iemand zijn verhaal nog even kwijt wil voor het slapen gaan.'"
Het hele artikel bevat soortgelijke uitspraken over de invloed van het RIM-apparaatje op het leven van deze pubers. Zoals deze van Lois: 'Het vermindert je huiswerk. Zo gauw dat lampje weer brandt, wil ik weten: wie is het? Wat zegt-ie? Wat mis ik? Dan kan ik me niet langer concentreren. Of ik stel uit waar ik mee bezig ben, zo van: nog heeeeel even pingen.'
Je zou kunnen zeggen, dat geldt toch allemaal ook voor bv. sms-en. Ja, maar het grote verschil is dat pingen gratis is en dat er daardoor veel meer berichten worden verstuurd en dus binnen komen.
Op school is het vaak verboden om de bb te gebruiken, bij sommige docenten wordt het apparaatje ingenomen bij overtreding van die regel. Maar Lizel weet 'm ongemerkt toch te gebruiken: 'Ik kan blind typen onder de tafel. Dat ziet niemand.'



Geïnteresseerd in het hele artikel en geen (digitaal) abonnement op de Volkskrant of de krant kwijt? Geen nood, kom dan naar Tresoar. Op de studiezaal kunnen op computers in de tijdschriftenhoek via Press Display de Volkskrant en honderden andere Nederlandse en buitenlandse kranten integraal worden gelezen en doorzocht, tot drie maanden terug.

maandag 7 februari 2011

Heen en weer geslingerd

Vanochtend heb ik me aangemeld bij bibliotheek 2.0, een kennisnetwerk voor kenniswerkers, zoals op de startpagina is te lezen. Het lijkt erop dat ik zelf steeds meer 2.0 word, terwijl ik tegelijkertijd toch ook geregeld twijfel aan het nut, de waarde en de kwaliteit van de enorme hoeveelheid informatie die op het wereldwijde web wordt gepubliceerd. Juist daarover gaat de tot nadenken stemmende bijdrage Waarom ik af en toe wat mopper over sociale media van Wim Keizer, één van de eerste berichten die ik op Bibliotheek 2.0 las.

Hij citeert daarin o.a. de schrijver Jonathan Franzen in een interview met Humo, dat ik graag re-citeer: “De laatste vijftien jaar zijn we zo overstelpt met allerlei nieuwe technologieën dat het verleidelijk is te denken dat de mens uit de oude wereld valt, zoals je van een klif valt, en dat hij, als hij daar beneden te pletter is geslagen, er compleet anders uitziet. Maar de mens kan tegen een stoot: mensen blijven mensen, ongeacht de technologische vooruitgang. Zoals wel vaker in de geschiedenis zal er een reactie op gang komen. Heel die technologische revolutie voelt niet langer aan als de radicaal bevredigende omwenteling die ons beloofd was, maar als een onplezierige, onbevredigende dwang en afleiding. Een deel van de bevolking is het vandaag al zat en roept: “Genoeg!” En als wij er intussen in slagen genoeg talenten aan te trekken die romans blijven schrijven, zal er zeker publiek zijn voor een ander soort ervaring – ‘het rustige alternatief’ noem ik het graag”, aldus Franzen. Hij voegt er aan toe dat de meeste serieuze lezers die hij kent boeken lezen, geen e-boeken. “Op zo’n leesschermpje kan je alles laten verschijnen, en zo stel je alles gelijk. Het lijkt wel de apotheose van het postmodernisme. Maar als alles gelijk is, is er niks dat er nog echt toe doet.”

Na het lezen van het betoog en de discussie dacht ik, blij dat ik ik lid ben van Bibliotheek 2.0, of ..... zal ik daardoor nog meer heen en weer geslingerd worden?

zondag 6 februari 2011

Hulproep

Het valt niet mee om goed zicht te krijgen op de mogelijkheden van Facebook. Volgens mij kan er meer dan dat ik tot nu toe heb gezien. Kan iemand mij voorbeelden geven van goede Facebookpagina's van culturele instellingen in binnen- en of buitenland?, goed in die zin dat interactie met gebruikers een grote rol speelt en ook echt werkt. 
Ik ben benieuwd.

Nog een keer Google Maps, nu Congo vanuit de lucht

Een paar weken geleden ben ik begonnen aan het boek Congo. Een geschiedenis van David van Reybrouck (Amsterdam 2010). Wat een allemachtig prachtig boek, in ieder geval de inleiding, verder ben ik nog niet. Vooral door die 23dingen cursus kom ik er maar niet aan toe om me echt op het boek te storten, het blijft bij sporadische leesmomenten. Maar is dat erg? Nee, niet echt, zo kan ik ook langer van het boek genieten.
Het boek begint met de beschrijving van dé levensader van het land, namelijk de 4700 kilometer lange Congo-rivier. Van Reybrouck beschrijft het heel mooi, over het slib dat de rivier meevoert naar en uitstort in de Atlantische Oceaan. De sporen zijn tot honderden zeemijlen uit de kust zichtbaar. Hieronder een beeldende beschrijving van dat proces:
"... al die partikeltjes aarde, al die afgeschuurde deeltjes klei en leem en zand drijven mee, stroomafwaarts, naar breder water. Soms hangen ze stil en glijden ze onmerkbaar verder, dan weer tuimelen ze in een dolle razernij die het daglicht vermengt met donkerte en schuim. Soms blijven ze haperen. Aan een rots. Aan een oever. Aan een roestig scheepswrak dat zwijgend naar de wolken brult en waaromheen een zandbank is gegroeid. Soms komen ze niets tegen, helemaal niets, behalve water, steeds maar ander water, eerst zoet, dan brak, ten slotte zout".
Ik vroeg me af, zou je dat op de satellietweergave in Google Maps ook terug kunnen zien? Ja dus. Hieronder het resultaat.





Belangstellend naar meer volg ik de rivier stroomopwaarts naar Matadi, naar Kinshasa en verder. Het valt me op dat je zelfs als vogel kunt constateren dat de rivier tussen de twee genoemde plaatsen door stroomversnellingen onbegaanbaar is. Je snapt nu ook dat de slaven die in vroeger eeuwen vanuit het Congolese binnenland over de rivier naar Kinshasa werden geboomd, waar ze aan handelaren werden verkocht, vervolgens nog driehonderd kilometer moesten lopen om bij de havenplaats te komen.
Kinshasa zelf is ook fascinerend vanuit de lucht. De hoofd- en miljoenenstad ligt aan de zuidelijke oever van de rivier. Het schijnt uniek te zijn dat een hoofdstad grenst aan een andere hoofdstad, namelijk Brazzaville van de Republiek Congo-Brazzaville, aan de andere kant van de rivier. Als je de satellietbeelden bekijkt vraag je je af, waar kunnen de Congolezen de rivier oversteken zonder natte voeten te krijgen? Maar hoe je ook zoekt, er is geen brug! De enige manier om aan de andere kant te komen is per boot.
Op het wereldwijde web las ik net dat er wordt gesproken en onderhandeld over een vier kilometer lange brug voor auto- en treinverkeer.

Zo, nu de computer afsluiten voor  ......... een leesmoment.

maandag 31 januari 2011

Nog even nagenieten van het symposium over e-books

Bij toeval ontdek je vaak de leukste en verrassendste dingen. Zo kwam ik vanochtend op de leesbare en informatieve blog van Astrid van Dam (Bibliotheek Hengelo) terecht. Zij is haar blog begonnen naar aanleiding van de cursus 23dingen en er na afloop daarvan dus mee doorgegaan. Gelukkig maar. Ik heb 'm inmiddels hiernaast bij m'n favorieten staan.




Bij het doorbladeren van haar berichten viel mijn oog o.a. op de bovenstaande Sigmund-strip. Daarvan uitgaande duurt het nog wel even voordat we ons echt zorgen moeten maken.

vrijdag 28 januari 2011

Het boek in de e-wereld


Tot deze week begon had ik helemaal niets met e-books. Maar nu? ..... kan ik er (bijna) mee lezen en schrijven.
Het begon afgelopen maandag, hoewel, de voorgeschiedenis gaat een stuk verder terug. Dat zit zo. Mijn wederhelft had voor de zomervakantie van het afgelopen jaar positief gereageerd op een aanbod van de Openbare Bibliotheek om kennis te maken met een e-book. De vakantie leek haar een ideaal moment om het uit te proberen, maar ....... zij was niet de enige die op die gedachte was gekomen. En dus belandde ze op de wachtlijst. Het jaar schreed voort zonder er nog iets over te horen. We waren het al lang vergeten toen vorige week een kaartje in de bus viel, waarop stond dat het e-book afgehaald kon worden. Zo gelezen, zo gehaald en zo beschikken we sinds maandag over een e-reader. Tot half februari kunnen we, want ik ben zelf nu ook wel geïnteresseerd in dit fenomeen, kennis maken met het digitale boek.




Hoe zijn nu mijn eerste ervaringen? In de eerste plaats, het apparaat waar we over beschikken is een BeBook mini ereader. Inderdaad vrij mini met een 5 inch e-Ink schermpje.
Er staan al verschillende boeken op, waaronder De reünie van Simone van der Vlugt en vier titels van Dan Brown. Ik kies voor Andere Achterhuizen. Verhalen van Joodse onderduikers van Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis (Amsterdam 2010).
Ik begin te lezen en wat mogelijkheden uit te proberen en weet eigenlijk nog steeds niet goed wat ik ervan vind. Ergens had ik gelezen dat e-readers met een e-Ink scherm zorgen voor eenzelfde leeservaring als van papier. Bij deze e-reader heb ík die ervaring niet. Het is een koele grijsheid waar je ogen op zijn gericht.
Heeft het ook voordelen? Eentje ervan lijkt me dat je bij een e-book niet hoeft te weten hoe ver je bent. Vooral bij thrillers lijkt me dat dat verrassend kan zijn. Een ander voordeel lijkt me de zoekfunctie. Echter, een zoekopdracht naar 'Leeuwarden' in het boek Andere Achterhuizen blijkt niet uitgevoerd te kunnen worden. De online gebruikshandleiding geeft het antwoord (op de volgende FAQ):
 
     Q: Heeft de BeBook een zoekoptie?
     A: Momenteel kunt u niet naar woorden zoeken in de BeBook.

         Dit zal in de toekomst wel mogelijk zijn.

Dus nog even geduld. Dat zal trouwens ongetwijfeld ook gelden voor het schermpje dat bij nieuwere versies van het apparaat er vast en zeker steeds meer papier-alike uit zal zien.

Zo zou ook één van de conclusies kunnen luiden van het symposium Het boek in de e-wereld, waar ik gistermiddag in Tresoar getuige van mocht zijn. De ontwikkelingen in de wereld van e-books gaan razendsnel wat mogelijkheden, gebruiksgemak en presentatie betreft.



Die conclusie zal niemand verwonderen, maar hoe de toekomst van het boek en die van het lezen er precies uit zien is wel heel lastig te voorspellen, zo bleek gistermiddag. Niet één van de sprekers durfde zich er aan te wagen, hoewel verschillende mogelijke scenario's de revue passeerden.
Eén ding is zeker, de verkoopcijfers van het papieren boek dalen, maar betekent dat het einde van het traditionele boek? Nee, zo verkondigde Paul Rutten, hoogleraar Digital Media Studies aan de Rijksuniversiteit Leiden; het boek zal - naast de steeds in omvang toenemende stroom digitale publicaties - gewoon blijven bestaan, o.a. door de mogelijkheid van Printing On Demand (POD).

Geïnteresseerd in de inhoud van de presentaties op het symposium? Samenvattingen ervan staan op de website www.flst.nl.